Interviews

Interview Loes Riphagen

Loes Riphagen debuteerde in 2008 met het prentenboek Slaapkamernachtdieren. Vervolgens werd ze enkele jaren later gevraagd het kinderboekenweekgeschenk te schrijven en illustreren. Het gaat hard met de carrière van Loes. Maar wie is deze fantasierijke dame?

Loes groeide op in een klein boerendorpje op de Veluwe. Als kind was ze niet meer bezig met tekenen dan andere kinderen. Wel was ze altijd al heel erg creatief. Ze was altijd aan het knutselen en haar oma leerde haar kleertjes maken. “Mijn oma Truus leerde me hoe ik met naald en draad kleine trollen kleertjes kon maken en ik was altijd bezig om poppenhuisjes te bouwen van alles wat ik maar kon vinden van afval materiaal. En zo bouwde ik dan een theedoosje om tot poppenhuis met meerdere verdiepingen voor mijn kleine speelgoed poppetjes. Hoe kleiner hoe beter, ik kon echt enorm priegelig werken.” Op de middelbare school ging Loes steeds meer tekenen en dat bleek erg goed te gaan. Haar tekenlerares heeft haar vervolgens geadviseerd om naar de kunstacademie te gaan. Loes vond dit meteen een goed idee en hoefde dan ook niet lang na te denken over haar studiekeuze.

Ze ging studeren aan het Minerva in Groningen, maar was hier niet op haar plek. Ze was de jongste van haar klas en kende buiten school niemand waardoor ze Groningen een beetje saai vond. Na het behalen van haar propedeuse besloot ze de overstap te maken naar de Willem de Koning Academie in Rotterdam. “Minerva was in die tijd best wel een autonome kunstacademie en ik had iets meer structuur nodig. Er waren weinig illustratie leerlingen en toen ik hoorde dat de illustratie klas heel klein zou worden in het tweede jaar ben ik gevlucht.” Toen ze bij haar nieuwe studie op de eerste dag binnenkwam in de illustratieklas, wist Loes meteen dat ze zich thuis zou voelen. “Dertig leuke jonge mensen van mijn leeftijd. Ik heb het hier heel erg naar mijn zin gehad. Ik heb wel erg kunnen genieten van de grote stad. En Rotterdam is ook echt een culturele stad waar heel veel te doen is. Hier voelde ik me erg thuis.” Loes heeft uiteindelijk twaalf jaar in Rotterdam gewoond voor ze een jaar geleden besloot naar Amsterdam te verhuizen. De hoofdstad bevalt haar goed. “Ik heb een atelier aan de Bloemgracht waar ik elke dag naar toe ga. Ik deel mijn atelier met Mans Esser (grafisch vormgever) en Friso Blankevoort en Floor Rieder. Beide ook illustratoren, we hebben veel aan elkaar. Ik heb in jaren niet zoveel geleerd! We zijn goede vrienden geworden en we kunnen lekker alles van elkaar lenen.”

Loes heeft geen vast patroon in haar werk. Het tekenen en schrijven van de teksten loopt vaak door elkaar heen. Ze verzint een idee en schrijft vervolgens alles op want haar te binnen schiet. “Dit is heerlijk, het voelt alsof je verliefd bent als je een briljant plan hebt bedacht. Soms kan ik er niet van slapen. Ik schrijf dan alle ideeën en beelden op die ik in mijn hoofd heb en ik maak ook meteen kleine schetsjes erbij om het voor mezelf duidelijker te maken. Zodat ik een idee of grapje niet vergeet. Kleine grapjes, ideetjes en scenes schets ik als hele kleine schetsjes met potlood in mijn dummie. Dus het gaat gelijk op.”

Als ze de ideeën wat duidelijker in haar hoofd en op papier heeft, maakt ze vaak een soort van storyboard. Zo kan ze goed zien hoe alles moet zijn en of het op de goede plek staat. Het kan ook zijn dat er dan nog iets mist of dat ze een bepaalde pagina helemaal schrapt. “Dit is altijd best wel een puzzel. Ik werk deze minischetsjes uit op een a4 printvelletje en dit is dan eigenlijk ook meteen mijn eind schets voor de spread zoals hij in het boek komt. Alles staat hier al op de juiste plek. Ik schrap hier eigenlijk niet meer in. Ik heb dit allemaal zo uitgedacht dat het helemaal klopt en goed is. Deze eindschetsen scan ik in en ik print ze uit op het juiste formaat. Dus precies het formaat van het boek. Ik werk namelijk altijd 1 op 1.” Vervolgens trekt ze de schets op een lichtbak over met een dun vulpotlood op dik aquarelpapier. Er ontstaat een heel grote kleurplaat welke ze inkleurt met allerlei verschillende materialen. De basis is altijd aquarel, ecoline en potlood. Soms gebruikt Loes echter ook inkt gouache, acryl en krijt. “Dat ligt eraan. Ik denk dat in de uitwerking voor mij de meeste tijd zit in het nadenken over de kleuren. Ik werk niet digitaal en ik moet het dus in een keer goed doen. Ik kan niet later beslissen van oh dat oranje is misschien toch beter groen. Dat gaat dan niet meer. Daar moet ik dus heel goed en hard over nadenken. Ik kan me wel goed in mijn hoofd voorstellen hoe iets eruit ziet in een bepaalde kleur en ik heb zo mijn gevoel voor kleur wel goed ontwikkeld. Als ik een bepaalde keuze maak dan hangt alles af van die kleurkeuze, alles stem ik hier dan op af. Meestal begin ik met in te kleuren wat ik al zeker weet dan heb je een begin en dan kan ik zo doorwerken totdat de illustratie af is. Als ik bijvoorbeeld een behang aan het inkleuren ben kan ik onderwijl al nadenken wat voor een kleur de gordijnen of de bank moeten worden.”

ziekevogelkak

Een tekening gaat bij Loes altijd in een keer goed. Dit komt omdat ze zo precies is en alles goed uitdenkt. Gevolg is dat ze een tekening eigenlijk nooit opnieuw maakt. “Collega’s van mij werken soms dezelfde plaat wel 5 keer uit en kiezen dan de beste. Ik werk ze al 5 keer uit in mijn hoofd en zo ontstaat de beste plaat vanzelf. Mijn platen zijn ook best wel heel erg gedetailleerd dus als ik hem af heb moet ik er niet aan denken om nog een keer een week dezelfde plaat te moeten tekenen. Dat lijkt me verschrikkelijk saai. Ik ga dan liever verder met de volgende tekening.”

Loes tekent op de ‘ ambachtelijke’ manier. Pas drie maanden geleden is zij voor het eerst digitaal gaan werken. “Ik denk dat mijn kracht gedeeltelijk ligt in het vakmanschap dat ik door de jaren heen ontwikkeld heb. Ik heb mijn eigen techniek ontwikkeld en ik weet precies hoe alle materialen met elkaar werken.” Loes levert haar originele illustraties in bij de uitgever waarna ze naar een lithograaf gaan. Deze scant de tekeningen in en zorgt ervoor dat de kleuren, als ze eenmaal in boekvorm gedrukt worden, zo dicht mogelijk liggen bij de kleuren hoe Loes ze getekend heeft. “Voor mij vaak best wel heel erg slikken omdat bepaalde kleuren heel anders uitvallen in druk en je ze niet goed over kunt brengen zoals ik ze geschilderd heb. Dat bijvoorbeeld een hele mooie heldere kleur oranje dan ineens bruinig flets eruit komt te zien in druk en dat helder mintgroen ook viezig wordt. Dit is verschrikkelijk en sommige platen in mijn boeken wil ik liever niet meer bekijken omdat het soms echt erg balen is in wat je verliest.” Dit was een van de redenen dat Loes toch is gaan experimenteren met verschillende technieken in het digitaal werken. Ze heeft de tijd genomen om zichzelf hierin verder te ontwikkelen en hoe ze haar eigen illustraties digitaal kan bewerken. De lithograaf kan dan worden overgeslagen in het proces. “Ik kan zelf de kleuren aanpassen in de computer waardoor ik eigenlijk niet meer voor onaangename verassingen kom te staan.” Ook heeft Loes nu veel meer zelf in de hand hoe het eindproduct eruit zal komen te zien, een groot voordeel. “Je kunt het beeld veel meer regisseren en schuiven en aanpassen om de illustratie zo goed mogelijk te maken. Ik ben nu bezig met een nieuw eigen boek en ik ga dit boek illustreren in de techniek die ik de afgelopen 3 maanden heb ontwikkeld. Het is een helemaal nieuwe Loes. Je kunt wel nog heel goed zien dat het beeld van mij is, maar ik ben denk ik wel beter geworden de afgelopen 3 maanden. Ik kijk nu veel kritischer naar mijn eigen werk en ik maak ook andere keuzes.” De oude techniek gaat Loes zeker nog wel gebruiken, maar ze vindt het wel heel verfrissend om haar werk op een andere en nieuwe manier te doen.

kreukelHet meest recente boek dat van Loes verscheen is Kreukel. Hier zaten ook grapjes in de prenten verwerkt die alleen volwassenen zullen begrijpen. Loes doet dit bewust. “Het gebeurd zo vaak dat een volwassene samen met een kind (of alleen) mijn boeken leest, Ik vind het belangrijk dat iedereen kan genieten van mijn werk. Zelf kan ik er ook altijd van genieten als ik zo’n grap verzin. Humor is denk ik ook een van de punten waarom mijn werk zo succesvol is.“ Zo werd Loes enkele jaren geleden door het CPNB gevraagd het kinderboekenweekgeschenk te schrijven en illustreren. Waarom ze juist bij haar uitkwamen weet Loes niet, maar ze vond het wel een gigantische eer. “Ik heb natuurlijk inmiddels al best wel wat boeken gemaakt en mijn werk valt altijd goed in de smaak bij het publiek. Ik denk dat mijn werk ook een breed publiek heeft. Misschien dat ze daarom mij uitkozen?”

Lezers die bekend zijn met het werk van Loes zal het opvallen dat er altijd dieren in haar boeken voorkomen. Voor Loes is dat een automatisme. “Ik ben opgegroeid op een boerderij. Mijn vader is boer en wij hebben thuis altijd heel veel varkens, kippen, ganzen, honden, poezen, hamsters, muizen, ratten, vissen, mollen en konijnen gehad. Daar heb ik natuurlijk altijd nog steeds veel inspiratie van. Maar ik vind het ook veel makkelijker om dieren te gebruiken. Dieren zijn voor mij veel interessanter en spannender om in boeken te gebruiken dan mensen. Bij mensen weet je precies hoe iemand zich in een bepaald moment zal voelen. Bij dieren kun je dat verzinnen. Die kunnen lekker gek zijn en rare dingen doen, en dat geloof je dan ook gewoon. Je weet niet echt hoe een varken zich gedraagt als hij bijvoorbeeld verliefd is. Dit is heel leuk om over te fantaseren en je dit voor te stellen.”

slaapkamernachtdierenGoed voorbeeld van de fantasierijke Loes is haar boek Slaapkamernachtdieren. Hier zaten veel heel bijzondere dieren in met een nog bijzonderdere naam. Loes haalt de inspiratie voor haar boeken uit alles wat er om haar heen gebeurd of wat ze ziet. “De inspiratie voor Slaapkamernachtdieren kwam toen ik niet kon slapen omdat er een vervelende mug in mijn slaapkamer zat. Elke keer als ik het licht aan deed om het te pakken dan was hij onvindbaar. Toen ben ik over die mug gaan fantaseren en bedacht ik me dat het misschien helemaal geen mug was, maar een Flurrelmupper. En een Flurrelmupper prikt helemaal niet. Hij is zelfs een beetje dom. Maar het is dus ook onzinnig om hem dood te slaan want hij doet helemaal niks verkeerd. Dus let goed op als je een mug wilt doodslaan. Kijk eerst even of het niet per ongeluk een Flurrelmupper is want dat zou zonde zijn.” Vervolgens bedacht Loes nog veel meer gekke dieren die in je slaapkamer leven. En wat ze veroorzaken… “Er gebeurt ‘s nachts zoveel. Je haar groeit, je krijgt moedervlekken en sproeten, gaten in je sokken en je bed kraakt soms. Ik heb toen zoveel dieren bedacht dat ik een soort basis nodig had. Dus heb ik er een ABC van gemaakt. Bij elke letter van het alfabet een dier. En ik wist dus met welke letter de naam van het dier moest beginnen. En als je een diersoort ontdekt mag je ook de Latijnse naam verzinnen aan de hand van een paar regels. Dus dat heb ik ook gedaan.” De creativiteit van Loes kan er soms voor zorgen dat kinderen bang waren voor de dieren uit Slaapkamernachtdieren. Al heeft ze dat niet vaak gehoord. “Eigenlijk vind iedereen het boek juist heel grappig. Het helpt juist ook heel veel kinderen. Het zijn geen vervelende dieren over het algemeen ze zijn juist wel grappig. En ik denk dat een ouder wel goed kan inschatten of het geschikt is voor hun kroost. Ik krijg ook weleens berichtjes van juffen die Slaapkamernachtdieren gebruiken om het alfabet aan hun klas te leren. Leuk he?!”

Plaats een reactie

Klik hier om een reactie te plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.