Vaders aftershave, moeders zonnebrand, het zijdeachtige haar van zijn eerste geliefde, Gauloises en Gitanes, kaneel voor op de taart en in de glühwein, kooltjes om je warm te houden, inktpotten op school, hooi op de velden, de trui van een oom. In 63 teksten beschrijft Claudel evenzoveel geuren uit zijn verleden. Stuk voor stuk roepen ze een vergeten wereld op waar nog flarden van bestaan: zoete en bittere geuren, soms eenvoudig, soms complex. Claudel beschrijft zijn wortels, de streek rondom Nancy waar hij vandaan komt, het stadje Dombasle-sur-Meurthe waar hij geboren is en nog altijd woont, zijn ouders en zijn zussen. In de loop van het boek ontstaat een landschap van naaldbomen, beekjes en akkers van zwarte aarde. Een wereld van eenvoudige, oprechte mensen die sterven in het bed waarin ze geboren zijn. Met dit boek brengt Claudelhun een eerbetoon, maar daarnaast vertelt hij voor het eerst en `ondanks zichzelf over zichzelf.
Claudel beschrijft in korte verhalen herinneringen uit zijn jeugd. Geuren wekken natuurlijk altijd een bepaald beeld op. Claudel kan dit als geen ander prachtig beschrijven. Toch zijn sommige zinnen, hoe mooi en poëtisch ook, iets te langdradig waardoor je je afvraagt waar het verhaal ook alweer over ging.
Desalniettemin een prachtig boek over herinneringen en dat je deze moet koesteren. En wij hebben het geluk dat Claudel dit wou delen met zijn lezers.




Plaats een reactie