Helen Brown is geen kattenmens, maar haar negenjarige zoon Sam wel. Na lang zeuren krijgt Sam eindelijk zijn zin: ze gaan een jong katje uitzoeken. Maar vlak daarna slaat het noodlot toe: Sam wordt aangereden en sterft. Een paar dagen later wordt er een klein zwart katje afgeleverd bij de rouwende familie. Het laatste waaraan Helen moet denken is de zorg voor een kat, maar Rob, Sams jongere broertje, wil de kat houden. Hij noemt haar Cleo. Cleo ontpopt zich tot de koningin van het gezin met haar eigenzinnige kattenpersoonlijkheid. En het is mede dankzij Cleo’s levenslust dat Helen en haar gezin de dood van Sam kunnen verwerken en er langzaam weer bovenop komen.
Helen Brown heeft dit waargebeurd verhaal op papier gezet om de wereld kennis te laten maken met de tragische, maar vooral wonderbaarlijke momenten die zij in haar leven heeft meegemaakt. Na de dood van haar zoontje Sam is het moeilijk voor haar om nog aan de leuke dingen in het leven te denken. Het liefst blijft ze de hele dag in bed en komt niemand onder ogen. Deze pijnlijke en wanhopige tijd heeft Helen Brown goed onder woorden gebracht waardoor je als lezer erg met het gezin meeleeft. Dan komt poes Cleo die ieders leven op zijn kop zet, op een zeer positieve manier. Cleo is niet zomaar een poes, het is een poes met een eigen karakter die lijkt aan te voelen wat het gezin nodig heeft. Met haar gekke fratsen zorgt Cleo voor meer geluk in hun leven. Vooral de band tussen Helen, Rob en Cleo is erg bijzonder en dit straalt dan ook van het verhaal af.




Plaats een reactie