Auteurs

Jan Siebelink

Jan Siebelink werd in 1938 geboren in Velp, waar zijn vader een kleine bloemisterij dreef. Hij werd onderwijzer en studeerde in zijn vrije tijd Franse taal- en letterkunde. Tijdens zijn studie kwam hij in aanraking met het werk van de Franstalige schrijver J.-K. Huysmans. Diens roman A rebours maakte indruk op Siebelink, die het vertaalde onder de titel Tegen de keer. Op de dag dat hij de vertaling inleverde, schreef hij in de huiskamer van zijn moeder, op de plaats waar zijn vader was overleden, zijn eerste verhaal: Witte chrysanten. Met vier andere verhalen vormde dit zijn debuut Nachtschade. Het boek viel op omdat het door zijn zwartromantische motieven afstand nam van het realisme dat toen in de letteren heerste. Siebelink wilde een verbinding tot stand brengen tussen het Hollandse realisme en de Franse literatuur uit het 19e-eeuwse fin-de-si├Ęcle.

Het leven op school staat centraal in zijn eerste roman Een lust voor het oog. Hoezeer hij zijn persoonlijk stempel kan drukken op zijn onderwerp, is te zien in Pijn is genot, waarin wielrenners als Erik Breukink en Johan van der Velde als devote avonturiers worden neergezet.

In 2002 maakte hij de overstap naar De Bezige Bij, waar zijn historische roman over Margaretha van Parma verscheen, gevolgd door Eerlijke mannen op de fiets en de grote roman geïnspireerd op zijn jeugdjaren in Velp: Knielen op een bed violen. Met dat laatste boek bereikte Siebelink een ongekend groot publiek van een half miljoen lezers, en kreeg hij de AKO Literatuurprijs en nominaties voor de Libris Literatuurprijs en de NS Publieksprijs.