Interviews

Interview met Lieneke Dijkzeul

Lieneke Dijkzeul schreef enkele tientallen kinderboeken en werd voor haar werk meerdere malen getipt of bekroond. In 2006 kwam haar eerste boek voor volwassenen op de markt De stille zonde, een spannende literaire thriller. In 2007 kwam daar een vervolg op met het boek Koude Lente. Ongeacht de hoeveelheid boeken die van haar hand zijn verschenen, was het niet altijd even voor de hand liggend dat zij als auteur aan het werk zou gaan. Ze studeerde immers Frans…

Na de geboorte van haar dochter werd het schrijven, dat ze jaren op hobbybasis had gedaan, bittere ernst. Ze begon halverwege de jaren tachtig met het schrijven van verhalen voor jeugdbladen als Okki, Taptoe en Bobo. ‘Ik had een stapel korte verhalen geschreven als een soort vingeroefening voor een boek. Er zaten aardige tussen, en op zeker moment besluit je dan dat je er toch iets mee wilt doen. Daarna is het heel simpel: je stuurt het op. Als men het goed genoeg vindt, wordt het gepubliceerd. Het is dus gewoon een kwestie van durven.’ Voor Lieneke was het echter al snel duidelijk dat ze er met alleen durf niet zo komen, logisch nadenken bleek minstens net zo belangrijk. ‘Als een jeugdblad verhalen plaatst van ongeveer 1000 woorden, stuur je geen dubbel zo lange tekst, dus pas je de verhalen op lengte aan. Dat scheelt zowel voor de redactie als voor jou een hoop gedoe.’

Dat de schrijfster zich als een echte kameleon aanpast aan de wensen van de uitgever blijkt wel uit het feit dat ze meerdere titels heeft geschreven voor uitgeverij Zwijsen. Ze schreef boeken die kinderen moesten helpen bij het leren lezen en daarom had zij zich aan strenge regels te houden. Dit zag zij echter niet per definitie als onmogelijke opgave, maar eerder als creatieve uitdaging. ‘De vrijheid om voluit te mogen schrijven is heerlijk, maar toch is het een aangename afwisseling om daarnaast jezelf beperkingen te moeten opleggen voor wat betreft woord- en zinslengte. Het goochelen met taal dat daarvan het gevolg is, kan juist heel inspirerend werken; ondanks alles wil je toch een pakkend verhaal schrijven, zeker als dat bedoeld is voor beginnende lezers. Het leren lezen is een moeizaam proces, dus wil je de aangeboden leesstof zo boeiend mogelijk maken.’

Naast het schrijven van kinderboeken zag zij ook een uitdaging in het schrijven van een boek voor volwassenen. Dit werd werkelijkheid met de misdaadroman De stille zonde. ‘Ik heb altijd graag thrillers gelezen. Zoals iedereen word ook ik gefascineerd door het slechte in de mens. Geluk is mooi, maar niet in een boek. Een thriller is een puzzel waarvan de schrijver alle stukjes door elkaar heeft gehusseld. Dat is een spannend idee.’ Een idee voor een misdaadroman lag al jaren op de plank en in 2005 vond Lieneke eindelijk de tijd om het plot uit te werken en plots vielen alle stukjes op hun plaats. ‘Het schrijven van De stille zonde ging veel soepeler dan ik had verwacht. Misschien was het ook een kwestie van rijpen. Maar ondanks al die titels beschouw ik mezelf toch niet als een snelschrijver, en dat het idee voor Koude Lente zich direct daarna aandiende, was dus een aangename verrassing. Van het schrijven van beide boeken heb ik buitengewoon genoten. Het was een nieuwe ervaring met daarin vertrouwde elementen.’

Nieuw was onder andere een terugkerend element in de persoon van inspecteur Paul Vegter, de hoofdpersoon in beide misdaadromans. Het is ook zeker de bedoeling dat Vegter in een derde boek terug zal komen. ‘Dat idee was er al voordat ik begon aan De stille zonde. Met Vegter wil ik een politieman laten zien zoals die idealiter zou moeten zijn ‘een intelligent mens met een open geest, zonder vooroordelen, snel geassocieerd en met interesses buiten zijn beroep. Maar niettemin een man met fouten en tekortkomingen, kwetsbaar bovendien, misschien wel juist door alles wat hij heeft meegemaakt. Dat is waarom hij voor mij boeiend is: per situatie moet ik in zijn huid kruipen om zijn reacties geloofwaardig te laten zijn. Wat ik probeer is om van hem een consistent karakter te maken dat voor mijzelf en de lezer overtuigend is.’

Naast de vertrouwde elementen is vriendschap tevens een terugkerend thema in haar boeken. Vaak staan personen centraal die hun vertrouwde omgeving moeten missen en zich ontheemd voelen. ‘Het zich ontheemd voelen is heel sterk met mijzelf verweven. Al zo lang ik me kan herinneren voel ik me dikwijls zowel in tijd als omgeving misplaatst. Dat klinkt zieliger dan het is ‘voor een schrijver is de zijlijn de beste plaats om te  observeren. Het is dus niet zo verwonderlijk dat dit thema in bijna al mijn boeken komt bovendrijven. Het is iets dat mijn doen en laten in hoge mate bepaalt.’

Gezien de vele lovende recensies op haar boeken blijkt wel dat zij keer op keer de juiste keuzes weet te maken en de juiste thema’s oppakt. Toch hebben deze lovende woorden een tweeledige werking. ‘Het positieve is dat ze je de moed geven voor een volgend boek. Tegelijkertijd leggen die lovende kritieken een druk. Dat maakt nerveus, maar zelfs dat heeft een goede kant, want het daagt je uit tot nog meer proberen het beste uit je schrijverschap te halen. Met andere woorden: je helpt graag een handje mee de lat nog hoger te leggen. Natuurlijk leidt dat ooit tot struikelen. Soit. Dan weet je waar je grens ligt.’

lieneke-dijkzeul2
Lieneke Dijkzeul

Uit het vele werk dat van haar hand verschenen is mogen we wel concluderen dat Lieneke het schrijftempo hoog houdt. Maar toch heeft ook zij wel eens een writers’ block, vaker dan haar lief is. ‘Je weet dat iedere auteur daarmee te maken heeft, maar toch blijft het een nare ervaring. Overigens zijn er twee soorten writers’ blocks: die midden in een verhaal, waarvan je weet dat het wel weer goed komt, al was het maar omdat je het verdomt om op te geven, en daarnaast de vorm die veel erger is. Dat is het gevoel dat je geest leeg is en ook zal blijven. Jarenlang heb je uit die bron geput, maar plotseling stoot je emmertje op de bodem, en als je het ophaalt, zit er louter drab in. De kunst is dan om niet al te lang in paniek te raken en gewoon verder te leven alsof er niets aan de hand is. Overigens lijkt mijn schrijftempo misschien hoger dan het is. Van al die jeugdboeken zijn er ettelijke die niet zeer omvangrijk zijn, wat verklaart waarom er meerdere per jaar konden verschijnen.’

De misdaadromans zullen zich niet zo snel opstapelen als de kinderboeken die zij schreef, maar toch spookt het idee voor een derde thriller al in haar hoofd rond. ‘Ik heb er nog geen vat op. Het springt alle kanten op en laat zich nog niet vangen. Wel in losse scenes en dialogen, maar niet in een afgerond plot. Dat is hinderlijk en spannend tegelijk. Meestal komt het goed, en forceren heeft nog nooit geholpen.’  Toch zou zij graag nog eens het onmogelijke willen doen: een boek schrijven waarover zij zelf helemaal tevreden is. ‘Dat zal echter niet gebeuren en daar ligt meteen de drijfveer om te blijven schrijven, al klinkt dat tegenstrijdig. Gerard Reve zei ooit: ‘Technisch zijn er geen belemmeringen meer.’ Daar kan ik hevig jaloers op zijn.’

Plaats een reactie

Klik hier om een reactie te plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.