Columns

Research…

Schrijfsters hebben allemaal zo hun eigen methodes om een boek of een verhaal te schrijven. Ik hou ervan om in de huid van mijn karakters te kruipen. Ik wil hun pijn voelen en hun angsten delen. En ik wil hun haat en passie kunnen begrijpen, voor ik dat allemaal op papier zet.

Vandaag werk ik aan een moordverhaal, dus probeer ik me helemaal in te leven in de zielenroerselen van een moordenaar. Ik heb een vergif nodig, dat mijn slachtoffer op een natuurlijke manier het hoekje om helpt. Het is het handigst als het op een hartaanval of een beroerte lijkt. En al te snel moet het ook niet werken, want ik heb natuurlijk tijd nodig om een goed heenkomen te zoeken en het perfecte alibi voor te bereiden.

Dus zet ik de computer aan en sla aan het surfen. Maar veel resultaat levert dat niet op. Eerst maar eens een boodschapje doen dan. Al piekerend trek ik mijn jas aan en wandel naar het winkelcentrum. Als ik bij de bakker binnenloop, zie ik in de spiegelende ruit ineens de etalage van de Apotheek aan de overkant. Hmmm… De wereldberoemde Agatha Christie was apotheker. En zij wist altijd de meest fantastische moorden uit te denken. Ik loop de bakkerij weer uit en sjees naar de Apotheek. Hier hebben ze ongetwijfeld wel een oplossing voor mijn probleem.

Het meisje achter de toonbank kijkt me stralend aan. ´Mag ik u helpen, mevrouw?´ ´Nou graag,´ zeg ik opgewekt, ´Weet u, ik wil een moord plegen, maar ik heb natuurlijk geen zin om daarvoor de gevangenis in te draaien. Kunt u mij een geschikt vergifje aanbevelen?´ Het meisje kijkt me aan alsof ik van een andere planeet kom, maar dan trekt er een kunstmatig lachje over haar gezicht. ´Dat moet ik even aan mijn chef vragen,´ zegt ze en ze wijst naar het knalgele bankje naast de deur, ´Als u daar even wilt gaan zitten, alstublieft?´ Ze draaft weg. Ik zak met een zucht op het keiharde bankje en wacht. En wacht… en wacht… Wat duurt dat lang zeg. Ik heb nog wel meer te doen vandaag!

Als ik ongeduldig voor de tiende keer op mijn horloge kijk, komt er ineens een lange man van achter de toonbank naar me toe rennen. Hij heeft een te krappe witte jas aan, waardoor ik een fraai uitzicht op zijn uitgezakte bierbuik heb. Zijn kale voorhoofd is vuurrood en zijn bril staat halverwege op zijn haakneus. Hij draaft rechtstreeks door naar de deur en gooit die wijd open. ´Eruit,´ sist hij en het klinkt alsof hij elk moment kan ontploffen. ´Wat krijgen we nou?´ vraag ik verbaasd. ´Zo ga je toch niet met klanten om?´ Maar de man wijst gebiedend naar het stoepje. ´Eruit.´ herhaalt hij, ´Moordenaars kan ik hier niet gebruiken.´ ´Moordenaar? Hoe komt u daar nou bij? Ik ben schrijfster en ik…´ ´Als u niet heel gauw ophoepelt, roep ik de politie!´ brult de man woest en hij stapt dreigend op me af. Ik kies eieren voor mijn geld en daar sta ik dan even later wat verloren op het stoepje, met een groep smoezelende en grinnikende omstanders om me heen.

Met een rood hoofd sjok ik terug naar huis. Het leven van een schrijfster gaat niet bepaald over rozen. En lieve help: als iedereen zo reageert… Hoe vind ik dan ooit een geschikt vergif?

Anita Verkerk

Plaats een reactie

Klik hier om een reactie te plaatsen

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.