Columns

Ik wil mijn maagdelijkheid terug!

Ik heb spijt. Spijt als haren op mijn hoofd. Was ik er maar nooit aan begonnen. Op mijn 24e heb ik het voor het eerst gedaan. Best laat, maar dat was in die tijd heel normaal. Ik heb het stiekem in een portiekje gedaan, want ik kon niet wachten totdat ik thuis was. Ik herinner me het gepruts. De onzekerheid. Het gefrunnik. Maar het lukte. En het smaakte naar meer. Vanaf dat moment deed ik het een paar keer per dag. In de afgelopen jaren heb ik het denk ik meer dan 25.000 keer gedaan, op alle mogelijke manieren en plaatsen. En dat is nog een voorzichtige schatting.

Nu ben ik 37 jaar. En moe. Doodmoe van het steeds maar weer doen. De rek is er bij mij uit. De ellende begint ’s ochtends vroeg al. Nog voor het ontbijt. Er zijn dan al mensen die het met mij willen doen, terwijl mijn ogen nog half dichtzitten. Meestal ga ik er dan ook niet op in. Gedurende de dag druppelt het een beetje door: een contactje hier, een contactje daar. Maar ’s avonds barst het feest pas echt los. Ik weet niet hoe vaak, op welke manier en met wie precies, maar het lijkt wel alsof de hele wereld het met elkaar doet. En nog erger: iedereen wil het ook met mij doen.   Weiger dan, hoor ik sommige mensen denken. Of: Doe geen dingen die je zelf niet wilt. Maar ik ben niet bestand tegen het gevlei. Ze willen het allemaal. Met mij. En daar ben ik best gevoelig voor. Dus ga ik weer overstag en doe ik stiekem de deur dicht, zodat mijn man me niet ziet. Of nog erger: hoort. En ik hoop elke keer maar dat ik er geen enge ziektes aan overhoud.   Begrijp me goed, het is geen onwil dat ik het niet meer wil doen. Maar mijn leven is te druk geworden. Mijn dag heeft 16 uur. En in die uren moet ik: opstaan, douchen, kinderen naar school brengen, schrijven, boodschappen doen, kinderen ophalen, koken, opruimen, kinderen naar bed brengen. Er is gewoon geen tijd meer over om het te doen. Maar toch doe ik het nog steeds elke dag: chatten, hyven, mailen, bloggen, skypen, facebooken, mobiel bellen, msn’en, sms’en, twitteren… Het is topsport. Een paar uur per dag.

De mobiele telefoon die ik op mijn 24e kocht en waarmee ik in dat portiekje heb gebeld, die heb ik nog steeds. Met dat ding is mijn mobiele en digitale communicatietijdperk begonnen. Wat gaf hij me toen een gevoel van vrijheid. Opeens kon ik overal bellen. En gebeld worden. Door dat laatste is het denk ik misgegaan. Want ik kwam er al snel achter dat ik helemaal niet overal gebeld wil worden. Waarom zou ik moeten bellen op de fiets? Of in de supermarkt? Of in het zwembad? Of op de wc? Dus neem ik mijn mobiele telefoon meestal niet op. Dit tot grote ergernis van mijn man, mijn familie en mijn vrienden, die het een beetje asociaal van me vinden.

Maar ik vind het juist heel sociaal om het digitale en mobiele contact tot het minimum te beperken. Eén keer afspreken is toch veel persoonlijker dan tien sms’jes, tweets, krabbels en mailtjes? Of ben ik gek geworden? Nu heb ik ergens gelezen dat er een hersteloperatie mogelijk is. Een gespecialiseerd bedrijfje is in staat om je hele digitale leven te wissen. Tot de laatste bit en byte. Misschien moet ik maar op die manier mijn digitale maagdelijkheid weer terugkrijgen. Ik kan ook het abonnement van mijn mobiele telefoon opzeggen. En mijn computer verkopen. Een typemachine aanschaffen om mijn boeken op te schrijven.   Wat een rust moet dat geven. Dan kan ik alleen nog maar gebeld worden op mijn vaste telefoon. En dan krijg ik eens per dag post… bezorgd door de postbode! Eén probleem. Bijna niemand heeft meer het telefoonnummer van mijn vaste lijn. En er zijn maar een paar mensen die mijn huisadres kennen. Misschien moet ik vanavond eerst maar eens een krabbel, mail, tweet of sms naar mijn vrienden sturen met mijn ‘nieuwe’ gegevens…

Mel Wallis de Vries

Plaats een reactie

Klik hier om een reactie te plaatsen

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.