Columns

1998. De oertijd

Als kind zat ik uren op mijn kamer. Dat kon twee dingen betekenen; of ik vermaakte me kostelijk of ik verveelde me stierlijk. Vervelen moest ik altijd boven doen. Meestal luisterde ik naar 2Unlimited waarna ik ging bedenken wat ik kon doen. Van vervelen werd ik creatief. Zo heb ik complete radioshows gemaakt, een hond op ware grootte gekleid, heel Disney nagetekend en Mens Erger Je Niet gespeeld met al mijn knuffels. En deze om de beurt laten winnen, want zo was ik ook wel weer. Zomers was ik de hele dag buiten. En vele anderen met mij. De paardenliefde die mijn vriendinnetje en ik deelden, had extreme vormen aangenomen. Naast plastic paarden, pluche paarden, opplak paarden en lego paarden waren daar de levensechte paarden. Van sokken. Achter de verwarming in de gang staken vier paardenkoppen op bamboestokken uit. Elke middag, elk weekend galoppeerden we door de steegjes, reden wedstrijden, sprongen centimeters hoge hindernissen en ‘kochten’ nieuwe paarden alsof het sokken waren. Zoiets.

Computers waren er wel, maar niet in grote getale. Windows 95. Je mocht al blij zijn dat er een computer in huis was om een verhaaltje in Word te tikken.  Internet ging via de telefoontikken, ten tijde van het inbellen moest je afsluiten. Anders rezen de telefoonkosten de pan uit. Tevens was je op de huistelefoon niet bereikbaar. Mobiele telefoons en dan met name de Nokia met antenne, werd alleen gebruikt door belangrijke zakenmannen. De burgerlijke nono had zo’n ding helemaal niet nodig.

Neerlands best bekeken soap volgde ik met de duim in de mond. Een half uurtje spanning en sensatie waar met het hele gezin naar werd gekeken. Om half negen speelden we nog gauw een spelletje letterprik. Hilariteit ten top. Allen rivalen. De variaties waren ongekend. Steden, landen, hoofdsteden en diersoorten; allemaal kwamen ze aan bod. Met gesloten ogen prikte vader of moeder een letter uit de Libelle en daarna mocht je schrijven. Schrijven en denken. Geen Google. De letter D. ‘Hoeveel dieren heb jij opgeschreven?’ ‘Ik heb er zes.’ ‘Ik heb er zeven. Een meer dan jij. Ik win.’ ‘Wat mijn zevende is? Een dildo. Dat is toch een soort vogel?’

Mardou van Kuilenburg

Plaats een reactie

Klik hier om een reactie te plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.